31 augustus 2008

Dieselelectrische locomotief 2400

Historie
De diesel-electrische NS 2400 heb ik altijd één van de Nederlands mooiste locomotieven gevonden. Hij is zo gewoon! De eerste van de serie van 130 stuks, de 2402, werd op 8 maart 1954 in dienst genomen. De locomotieven hadden een beperkt vermogen. Ze zijn niet alleen voor Nederland gemaakt, maar ze waren te zien bij diverse Afrikaanse maatschappijen en ook hebben ze in Frankrijk gereden.

Roco.
In 2007 is de locomotief voor het eerst door Roco uitgebracht. Het model was zo populair dat hij al weer op veel plaatsen is uitverkocht. Op de modelbaan hoort hij met vier assen bij de grotere locomotieven, maar omdat hij compact is heeft hij maar weinig ruimte nodig. Dat maakt dit model erg aantrekkelijk. Toen het uitkwam kocht ik er meteen twee, een wisselstroom en gelijkstroom uitvoering. Ik wilde één model airbrushen. Gelukkig dat ik heb gewacht, want in Rail Magazine 252 van maart 2008, verscheen er een artikel en een handleiding voor de vervuiling. Volgende maand vertel ik er meer over.

Het technische gedeelte.
Er zitten losse messing vignetten bij het model. Met een beetje lak of snel drogende twee compontentenlijm breng je ze er gemakkelijk op aan. De rijeigenschappen zijn prima, ook door de vier assen. Drie-assers zijn gevoeliger voor haperen. Hij maakt wel iets meer geluid dan de 2200 van Roco, maar niet storend (ik praat over het exemplaar geschikt voor drie-rail). Het model laat zich met de mobile station programmeren via het modelnummer 26522, zodat je optrek- en remvertraging en maximum snelheid kan afregelen. De verlichting kan aan en uitgeschakeld worden, en via de rangeerstand functie kunnen de eerder genoemde functies worden geblokkeerd of aangezet. Ik ben er prima tevreden over.

16 juli 2008

About me

What can I tell about myself? Well, I am a pharmacist, working for a leading pharmaceutical company as Director for one of its Research and Development Departments. I am born in Gorinchem in the Netherlands in 1960. I live in Alkmaar since 1995. I am married and have a son and two daughters.

My most important hobby is model trains. My expertise is in scratch building of model scale houses and I am very experienced in modeling sceneries. My best achievement is the creation of a new model for Holland Scale in 2008, called Zandweg. In the same year, I started to use the Airbrush to refine my models. I started with weathering of my models. I see my ability to use the Airbrush as a major improvement of my skills. My favorite discussion forum is Beneluxspoor.net, where I submit my contributions under the pseudonym "Rocodil"

I started my weblog about three years ago. I try to add new contributions on a monthly basis. I publish them usually at the beginning of the calendar month. During holiday seasons the frequency may be lower. If you whish me to adress a specific subject, please let me know. I can try.

30 juni 2008

Stoere auto

Leuk die kleine modelauto's. De laatste tijd komen er ook interes-sante vrachtauto's bij. Deze Dodge bijvoorbeeld. Nu ben ik even vergeten hem te fotograferen toen ik hem nog niet had gespoten. Maar je kent ze wel. Die mooie glimmende wagentjes. Ook die hebben even een omgekeerde opknapbeurt nodig. Vooral deze, ze hadden in de fabriek al hun "best" gedaan om het te verouderen. Dat bestond uit hier en daar een kwastpuntje bruine verf. Het leek wel of hij de mazelen had. De procedure voor verbetering is als volgt:
  • Haal eerst alles uit elkaar. Lastig bij deze is het hooi. Dat zit met een dikke klodder lijm vastgeplakt. Dus als je een exemplaar kunt vinden zonder hooi, dan zou ik die nemen. Verder is er geen lijm gebruikt. Alles zit met nokjes vast.
  • De onderkant wordt met Tamiya German Gray (XF63) gespoten.
  • De bak ook, maar dan maar met een waasje.
  • En ten derde, ook de banden.
  • De cabine (zonder glas) met Gray Green (XF76) evenals de velgen.
  • De bak krijgt nu een tweede laag: Flat earth (XF52)
  • Zet na drogen alles weer in elkaar.
  • Vervolgens krijgt de onderkant rondom een waasje XF52

1

27 mei 2008

Kolenwagon

Na de airbrush oefeningen met de oude goederenwagons moeten nu de nieuwe er ook aan geloven. Ik heb ook nog wat meer mijn best gedaan op de vloer. Deze werd eerst met medium grey (XF 20) grijs gespoten, en na drogen afgeplakt met Tamyia tape. Binnen en buiten wanden werden voorzien van een laagje Nato brown XF 68 (voor de variatie in plaats van Red brown XF 64). Daarna kreeg de bodem een voorzichtig snel waasje flat earth (XF52). Hiermee spuit je ook de wielkasten en onderstel. Deze wagon is nu geschikt voor losse goederen aardappels bieten of ander stortgoed.

Voor de kolenbak werd ook nog de rand van de bak met German grey (XF63) bespoten: recht van boven. Misschien moet je hiervoor de vloer nog een keer afplakken. En dan verder de lading. Deze is gemaakt van filtermateriaal uit de aquarium winkel. De bodem van de lading is gemaakt van piepschuim. Deze werd eerst in de juiste vorm gesneden met twee kamelenbulten. Vervolgens verf je hiervan de bovenkant zwart. Na drogen insmeren met houtlijm en met filtermateriaal bestrooien. Lekker licht en mooi!

Inmiddels heb ik bij Walther.com, Microscale vernis in bestelling. Ik ben van plan de wagon eerst met satin vernis te spuiten om beschadigen te voorkomen. Daarna gaat de matte versie (Micro coat flat) er over heen om de glans weer weg te nemen. De matte vernis alleen is niet voldoende krasvast heb ik gemerkt.

24 april 2008

Esso tankwagen

In Rail Magazine 238 (oktober 2006) beschrijft Len de Vries het vervuilen van ketelwagens met de airbrush. Ik kocht ook een Piko ketelwagen en nam het moedige besluit deze meteen maar de vervuilen met de airbrush, spannend! Lees hier hoe een bonk zwart plastic met akelig schone vignetten verandert, wat een verschil!

Demonteren en voorbereiden
Voor het spuiten werd de wagon eerst gedemonteerd. De bodem zit gewoon los (vreemd), dus daar kwam weinig kracht bij kijken. De loopbrug met trap kon gemakkelijk worden verwijderd uit de gaatjes in de tank. De draaistellen kan je volgens mij net zo goed laten zitten, maar OK, laat ik niet eigenwijs zijn en Len's instructie volgen. Je trekt ze met enige kracht uit de grondplaat.

De wielen spuit ik niet. Voor mij horen die bij het technische gedeelte, wat ik liever helemaal schoon houd. De gietnaad schuurde ik "netjes" weg, wat toch wel wat krasjes bovenop opleverde. Het voordeel is: je creeert meteen een "point of no return". Je moet nu wel door, want het ziet er niet meer uit :-). Omdat ook enig licht gekleurd plastic te zien was, ben ik maar begonnen dit bij te werken met Tamyia zwart XF1. Nog steeds krassen te zien (help)! Na mijn cursus edelsmeden heb ik echter ontdekt, dat je niet moet opgeven als het dreigt mis te gaan. Het is slechts een fase in het project en heeft geen voorspelende waarde voor het eindresultaat. Het geheel liet ik een uurtje drogen.

Nu eerst de loopbrug bewerken. Dit bestaat uit glibberig plastic, waar geen verf op hecht, dus dit bespoten met lak uit de spuitbus: matig resultaat. De lak trekt enigszinds samen waardoor er geen egale laag ontstaat. Na drogen kon ik dit met een stukje schuurpapier gelukkig weer glad krijgen. Zo en dan nu echt aan de gang.

Airbrushen
De tank en draaistellen werden gespoten met XF-64 red brown. De strepen zoals te zien in Rail Magazine lukten niet. Zo dun kan ik helaas nog niet spuiten. Maar het resultaat was toch echt goed. Een beetje vlekkerig geeft het juiste effect. Bij de tankdop van boven werd wat meer bruin gespoten dan bij andere delen bovenop. De krasjes bovenop waren nu wel verdwenen. En dan nu de loopbrug, ietsje dikker dan de rest van de tank. Tenslotte werd haaks van onderen zwart op de onderkant van de draaistellen gespoten voor het schaduweffect. Klaar, en nog even laten nadrogen.

De orginele wagon gedemonteerd.

Opnieuw!
Bij het in elkaar zetten ging het een beetje mis. Op zichzelf is de verf na een minuutje droog, maar ik schoot bij het erin zetten van de wielen toch even met mijn nagel uit. Net midden op het Esso logo. De airbrush was net schoongemaakt (zucht). Ik zag nu ook dat ik de voor en achterkant vrijwel niet had gespoten en de ene zijkant boven had een dikkere laag dan de andere gekregen. Dat is hobby! Gewoon weer verder gaan. Nu komt het aan op creativiteit!

Met een wattenstaafje met oplosmiddel werd de verf van het vignet verwijderd. Smetteloos wit werd het niet, een beetje licht bruin (geeft niks). Uit een stukje karton knipte ik een klein ovaal. Met de aribrush spoot ik er van een afstandje doorheen terwijl ik het karton vlak voor de wagon voorzichtig heen en weer bewoog: probleem opgelost! Nu maar direct de voor en achterkant en de ene zijkant.
Ik besloot ook dat ik een tweede kleur wilde aanbrengen. Van onderen bracht ik nog een laag Flat Earth (XF 52) aan. Dit is het helemaal! Volgende week even lak kopen om het geheel te fixeren.

29 maart 2008

Weatheren bietenwagens met de airbrush

Vandaag mijn eerste wagons met de airbrush bewerkt. Dat valt niet tegen! Je moet een beetje handigheid krijgen met verdunnen, schoonmaken en verf verwisselen. Het spuiten zelf gaat prima. Je leest soms dreigende taal over zakkers wanneer je van dichtbij spuit en teveel op een plaats, of spetters wanneer je te veel verf tegelijk wilt spuiten. Ik heb er geen last van gehad. Beginnersgeluk? Dit was eigenlijk bedoeld als oefening op een oude wagon, maar het resultaat is prima. Ik deed het zo:

  • Eerst even spuiten op een stukje karton of iets dergelijks om te zien of je een mooie straal krijgt.
  • Niet te lang op een plaats spuiten, maar blijven bewegen. Nooit direct op het voorwerp, maar er eerst naast.
  • Niet te dichtbij, anders krijg je van die spinnenpoten (15 -20 cm aanhouden zou ik zeggen)
  • Gewoon rustig doorspuiten tot je klaar bent in één spuitsessie in een paar lagen.

De bedoeling van deze spuitactie was vervuilen. De modellen die je in de winkel koopt zien er mooi en glimmend uit, maar op een modelbaan komt dat toch over als speelgoed. De enige oplossing is de spuit erover. Door de matte kleuren lijken ze vuil geworden net als in het grootbedrijf. De vignetten zijn vervaagd, zoals in het echt. Ik vind Tamiya verf op water/alcohol basis prima geschikt. Het is snel mat droog en geeft een mooie fijne nevel. Voor verven met een kwastje gebruik ik het liefst Humbrol (terpentine basis). De wagon heb ik als volgt geairbrushed:

  • Ik heb eerst even de wielen verwijderd.
  • De zijkant (recht van opzij) werd eerst gespoten met Tamyia Red brown (XF64) om een roestig uiterlijk te krijgen.
  • Vervolgens schuin van onderen met Flat earth (XF-52), opspattende aarde.
  • Tenslotte van boven af en in de bak Neutral grey (XF53) of medium gray (XF20), stof en kolengruis. Hierbij moet je proberen alleen zo te spuiten dat je de zijkanten bijna niet meer raakt, dus van binnen naar buiten.

Ik heb de verf verdund met ongeveer 20% Tamiya oplosmiddel. Verder wil ik je de tip uit Rail Magazine meegeven: stop voordat je klaar bent. In Rail Magazine 237 lees je meer.

Wagons van boven. De linker werd met een laagje XF53, de rechter met XF20 gespoten.

28 februari 2008

Spuitcabine uit een IKEA kistje

Als je gaat spuiten met een Airbrush is het verstandig om de dampen weg te zuigen. Als je in een grote ruimte werkt, kan je het spuiten wel een paar keer gewoon in de open ruimte doen, maar goede afzuiging is toch veel gezonder. Ik maakte de spuitcabine zelf. Ik heb eerst rondgekeken wat er te koop is, maar een eenvoudige kast kost al bijna € 200,--. Nu had ik nog een oude badkamer ventilator liggen en dit bracht mij ertoe om zelf iets te bouwen. En ik moet zeggen het is kinderlijk eenvoudig. Ik heb geen grote spuitcabine nodig en vind dit kleine formaat prima. Bovendien kan hij vrijwel geheel gedemonteerd worden. Ik heb het bouwen wel in twee etappes gedaan want ik kwam erachter dat de oude ventilator niet voldoende capaciteit had en heb toen alles klaar was toch een grotere gekocht. Hier volgt een gedetailleerde beschrijving:

Benodigdheden
- Een klein formaat IKEA SNACK kist: 26 x 27 x 15 cm
- Perspex plaat 4 mm dik: 37 x 18 cm en 25 x 35 cm (2x)
- Conrad passief kool filter: art no 224065
- Twee scharnieren
- Twee kastplank dragers
- Paar latjes
- Schroeven, bouten en moeren
- Badkamer ventilator (230V, 15W, 320 m3/h)*
- Aansluitsnoer met stekker.

Totale kosten ongeveer € 70,-- (waarvan € 37,-- voor de badkamer ventilator).

Uitvoering
De zwarte Conrad filter moet eerst even op maat worden gesneden (35 cm), want die is net even te lang om in het kistje te passen. Aan de bovenkant (plaats het kistje op zijn zijkant) is hij net te laag, maar dat vullen we op met een stukje hout. Maak nu met een figuurzaag een rond gat midden onder in de boden van het kistje. Plaats daar de ventilator in. Schroef hem met een paar korte houtschroeven vast. Boor een tweede gat voor de stroomdoorvoer en voer hier een draad met stekker door en sluit de ventilator aan. Maak rondom in de kist aan de zij- en voorkant op ca 5,5 cm vanaf de bodem een rand mbv 1,2x1,2cm dikke latjes waarop het filter kan rusten en lijm het geheel met houtlijm vast. Plaats het filter en neem en stukje triplex of een plankje om de bovenkant verder op te vullen. Bevestig achter/onder aan dit plankje een dun triplex plankje om ook het filter aan de bovenkant verder te ondersteunen. Plaats nu het filter definitief en bevestig deze met twee latjes voor het filter, links en rechts en zet deze vast mbv een paar schroeven, zodat later het filter eventueel gemakkelijk kan worden vervangen.



Perspex of plexiglas
Ik koos dit materiaal voor voldoende licht op het werk. Verder hoop ik de platen met aanslag van de airbrushverf op waterbasis gemakkelijk af te kunnen wassen. Ik had nog nooit met plexiglas gewerkt, maar het laat zich eigenlijk als hout bewerken. Ik had de drie plaatjes bij de bouwmarkt al op maat laten zagen, dus daar had ik geen omkijken meer naar, De scherpe randen worden met schuurpapier glad geschuurd, eerst met wat grover daarna met heel fijn schuurpapier. Poleisten kan indien nodig met koperpoets.

De scharnier wordt met bouten door en door bevestigd aan het plexiglas. De schroeven in het hout waren toch net te lang. Met een vijl maak je ze weer korter.




Bevestig tussen het 18 cm lange plaatje en de bovenrand van de kist twee scharnieren zodat je een beweegbare klep krijgt. De twee andere plaatjes worden aan de linker en rechter kant geplaatst. Hiervoor worden 4 mm gaten geboord in het perspex op de plaats waar de schroeven in de hoeksteunen van het SNACK kistje zitten. Bij de handvaten zitten ook schroeven. Deze zitten in de weg en daarom boorde ik hier ook twee 1 cm grote gaten. Met behulp van bouten en (vleugel)moeren -en ringetjes om de druk op het plexiglas te verminderen en het indraaien van de bouten in het hout tegen te gaan - worden de platen aan de twee zijkanten bevestigd. Voorboven in deze platen worden nog twee gaten geboord waarin kastplank dragers worden bevestigd. Hierop rust de klep aan de voorkant. Deze staat daardoor schuin naar boven open.

Demonteren en opruimen
De maten van de platen zijn zo gekozen dat je deze na demonteren van de de kast in de kist kunt opruimen, waardoor de hele kast nog nauwelijks ruimte in neemt. Met een draaiplateau en een haakje voor je airbrush maak het geheel compleet. Succes ermee en ik hoor graag of het jou ook gelukt is er een te maken.

De dampen kunnen naar buiten worden afgevoerd door een flexibele wasdroger afvoerslang achter aan de ventilator aan te sluiten. Let nog even op het detail: een haakje voor je airbush. Volgende keer draai ik de bodem nog even om zodat je de vierkante poten niet meer ziet.
.
.
.
*Oorspronkelijk had ik een 11W, 85 m3/h ventilator gebruikt. Deze bleek toch te veel terugslag te geven. Ik heb hem daarom vervangen door een bijna vier keer zo grote van 25W en 320m3/h en een diameter van 15 cm in plaats van 10 cm. Deze bevalt prima.

28 januari 2008

Je kan toch niet zonder Airbrush!






















Wie is er bang voor de Airbush?
De airbrush is een erg handig instrument. Heb je er mee leren werken, dan wil je niet meer zonder. Als je begint met vervuilen van oude wagons (zie hier) dan krijg je de techniek vanzelf onder de knie. Ik zag tegen het schoonmaken erg op, maar ook dat is toch niet moeilijk. Je kunt de airbrush meestal bijna geheel in onderdelen uit elkaar halen. Ik geeft hier kort wat informatie om de instap gemakkelijker te maken.

Airbrush
Airbrushen is spuiten met een verfspuit. Voor modelbouw moet je een fijne spuit hebben, die de verf in kleine druppeltjes kan doseren. Maar gelukkig hoef je ook weer geen hele dure Airbrush aan te schaffen. Een Badger 150 wordt veel gebruikt, is relatief voordelig en prima geschikt. Deze behoort tot het type dual-action. Dat betekent dat je met één knop zowel de luchtdruk als hoeveelheid verf kunt doseren, en dat is prettig.

Compressor
Verder heb je een compressor nodig. Ik heb een eenvoudige Werther membraancompressor aangeschaft via Airbrush Services Almere. Werkt prima tot nu toe. De comperssor levert ongeveer 2 Bar druk, maakt weinig lawaai en slaat automatisch af als de druk hoger dan 2 Bar is. Verder zit er een waterscheider op. Naast lucht komt er namelijk door het samenpersen condensvocht vrij. Ik vraag me af of een waterscheider wel veel zin heeft, want je ziet nog steeds condensdruppeltjes in de slang ontstaan. Maar last heb ik er niet van. Ik werk met name met acrylverf op waterbasis. Een duurdere type compressor is er een die werkt met een druktank. Het principe is gebaseerd op de techniek die ook in koelkasten gebruikt wordt.

Aansluiten
Tenslotte de slang. Ik heb een eenvoudige doorzichtige slang aangeschaft met een aansluitventiel aan de kant van de airbrush, zodat ik hem in een beweging kan loskoppelen. Ik heb een tweede adapter aangeschaft, zodat ik ook bij drogen zonder airbrush lucht door de slang kan blazen, droogzuigen eigenlijk. Hiervoor gebruik ik de stofzuiger.
.
Demonteren
Schoonmaken is lastiger dan spuiten. Daarvoor moet de spuit uit elkaar, en in elkaar gezet worden. Voordat ik echt ging airbrushen heb ik dat eerst maar eens tien keer gedaan. Ik had het idee dat ik daarna het ding geheel zou begrijpen. Het is een goede oefening die ik iedereen aanraad. Het gaat bij reinigen met name om het demonteren van de trekker (Trigger), naald (Needle) en sproeikop (Head en Tip). Een lastig stukje is het terugplaatsen van de Winged Back Lever, de hendel die verbonden is met het veermechaniek voor de trekker. Maar als je één keer weet hoe het gaat dan heb je het zo weer voor elkaar.
.

De naald
Wanneer je begint met demonteren, moet je eerst de blauwe kap achter losdraaien, vervolgens het stelschroefje (needle chunk), waarna je de naald er aan de achterkant uit kunt halen. Het is belangrijk dat de naald recht blijft, anders krijg je problemen bij het spuiten, dus voorzichtig ermee. Als je de naald terugplaatst moet je oppassen dat je hem niet te ver naar voren terugdrukt, anders beschadig je de sproeikop. De naald steekt een paar mm uit de sproeikop, maar raakt hem niet. Meestal duw ik hem eerst zacht naar voren en haal hem dan 1 mm terug naar achteren. Het is een goede gewoonte om na gebruik de naald licht in te smeren met vaseline.
.
Schoonspoelen
Natuurlijk moet je de verf niet laten opdrogen. Direct na gebruik moet je de airbrush eerst leegspuiten zonder verf en vervolgens met oplosmiddel. Ik gebruik voor Tamiya verf gedenatureerde alcohol 96%. Daarna haal ik de airbrush uit elkaar en maak alles verder schoon met alcohol en oplosmiddel van Tamiya. Wat je goed kunt gebruiken voor het schoonmaken zijn spulletjes die je kunt kopen voor onderhoud van ons eigen ivoor. Er zijn allerlei ragertjes te koop bij de drogist en ook tandflosdraad gebruik ik, nl bij het schoonmaken van tip. Alcohol 96% kan je ook gebruiken als je van verfkleur wisselt. De airbush hoeft dan niet uit elkaar gehaald. Ik heb daarnaast extra voorraad bekertjes (Jars) aangeschaft, zodat ik niet steeds de verf terug hoef te gieten.

Zo en nu aan het werk ermee. Niet aarzelen, gewoon aanschaffen. Als je kan solderen, dan kan je dit ook.

1 december 2007

Pimp my seinhuis


Seinhuis Volmer
Ik heb al zowat 10 jaar een seinhuis in mijn bezit. In elkaar gelijmd en verder niets aan gedaan. Ik zag niet eens meer hoe lelijk dat staat zonder afwerking! Dit moest ik dus eens aanpakken en "vernederlandsen". Het leien dak heb ik vervangen door dakpannen (Volmer) en grijs geschilderd (Humbrol 66). Ik heb dakranden aangebracht, de ramen veranderd en veel tirelantijntjes verwijderd. Nederland is wat strakker dan wat met in Duitsland gewend is. De ramen waren rond van boven, dus de oude ramen moesten eruit. Ze zijn nu rechthoekig en groen geschilderd (Revell 39). De gehele bovenkant heb ik geel geschilderd met Humbrol 148 en de trap werd onderhanden genomen met Humbrol 66. Daarna volgen natuurlijk de bewerkingen die je op andere delen van mijn weblog kunt vinden, wassen met verdunde oostindische inkt, en drybrushen met witte acrylverf. Het lijkt nu al behoorlijk op het Maliebaan seinhuis uit het spoorwegmuseum in Utrecht GoogleMaps, waarvan Artitec een model voor spoor N heeft gemaakt. Het balkon heb ik niet, maar ik zou het er zo aan kunnen maken. Foto's van seinhuizen vind je hier.

Lamp boven de deur.
Op het Volmer model zit al een lampje, maar dat is gewoon een armatuur met een wit bolletje plastic. Het bolletje heb ik plat gevijld, waarna ik er een klein gaatje in heb geboord, precies groot genoeg voor een lampje van Viesmann. Een leuk idee...., het lampje was slechts een béétje warm toen het geheel begon te smelten. Dan maar weer iets zelf maken. Het werd een klein schroefje: van boven plat vijlen, gaatje boren en schroefdraad wegzagen. Zwart schilderen, lampje erin, gaatje in de gevel en aansluiten. Voor het aansluiten schakel ik vaak twee lampjes in serie zodat ze minder fel branden. Later zag ik nog kleinere lampjes voor spoor N van Viesmann. Dat was misschien nog mooier geweest.


Interieur
Nu kreeg ik de smaak echt goed te pakken. Ik wilde ook een interieur hebben. Daarvoor heb ik een doos van Faller gekocht (art no 120118). Wel een beetje grof uitgevoerd spul, maar het zit toch aan de binnenkant. Ik heb nog wel trekdraden aan de stellingkast aangebracht, maar eigenlijk zie je ze niet. Het tafeltje maakte ik zelf van een paar stukjes styreen. Het topstuk uit de collectie is een door mijzelf gemaakte telefoon (op de tafel) ter grootte van een kopspeld. De hoorn is een stukje gebogen 0,3 mm staaldraad. De binnenkant zelf behangen met papier uit de binnenkant van een envelop; mannetje erbij en klaar! Waarom ik dit doe... als ik het zelf wist..., maar vooral om een foto te kunnen maken voor de site! NB: Het dak zit los. Ik heb er ter ondersteuning stukjes styreen onder de pannen aangebracht zodat de hoek niet breekt. Zo kan ik er nog af en toe bij. Bedankt voor het lezen!

1 november 2007

Diesellocomotief NS 2200

Roco diesellocomotief (art.nr. 69457) met het rugnummer NS 2275, mijn eerste niet-Märklin locomotief kocht ik op 13 juni 2003. Ik vond hem, met zijn vier assen, groot. Ik heb maar een kleine modelbaan, dus ik twijfelde of het wel zou passen. Maar toen ik merkte dat hij in diverse zaken uitverkocht was, ging ik tot aankoop over. Ik was argwanend voor wat betreft de prestaties. Na een eerste rit was ik meteen overtuigd van mijn ongelijk. Ik had mijn eerst Nederlandse locomotief!

Historie
Begin jaren vijftig nam de NS het besluit om de stoomtractie zo snel mogelijk af te schaffen. Daar was onder andere een groot aantal diesellocomotieven voor nodig. Er werd gekozen voor locomotieven volgens een beproefd ontwerp, want er was geen tijd om het anders te doen. De firma Baldwin in de USA werd benaderd. De serie werd gebouwd door Allan in Rotterdam (2201-2300) en door Schneider in Frankrijk (2301-2350). De elektrische installatie werd geleverd door Heemaf, de meeste dieselmotoren door Stork. De 150 locs verschenen tussen 1955 en 1958 op het spoor.

De locomotieven konden in multiple schakeling rijden. Eén machinist kon maximaal vier locomotieven tegelijk bedienen. Dit was niet onbelangrijk, want het waren betrekkelijk zwakke locs (900 pk). Een belangrijke constructiewijziging was het aanbrengen van een knaldemper boven op de locomotieven, omdat ze vooral tijdens het warmdraaien een enorme herrie maakten. De locs hebben ook dienst gedaan voor personentreinen. In dat geval waren er 's winters verwarmingswagens nodig.

Het Roco model
Het Roco concept is dat je zelf allerlei onderdelen moet monteren. Dat was ik helemaal niet gewend bij Märklin, maar vond wel dat deze extra's de detaillering ten goede kwamen.

De vishaken (NS teken) vond ik minder, maar de orginele uitvoering uit 1955 was er niet. Ik heb daarom later nog een tweede exemplaar gekocht (2-rail) toen deze versie uitkwam. Het plastic hekwerk aan de zijkant is niet zo stevig, maar ik heb nu heb ik een witzilveren exemplaar op de kop getikt! Sommigen zien kleurverschil tussen de metalen onderstel en de bovenbouw van plastic. Ik vind het niet storen. Wat je wel even moet aanpassen is de verlichting die door de motorkap schijnt. Met een stukje aluminiumfolie is het snel verholpen. Ik zou hem moeten weatheren, maar dat durf ik nog niet aan.

Rijeigenschappen
Ik kan het niet anders zeggen. Deze loc rijdt perfect: kan mooi langzaam rijden, geluidloos (kleine nauwelijks storende tikjes van de sleper daargelaten) en vooral, hij rijdt steeds zonder haperen.
Maximum snelheid en optrek- en afremvertraging zijn instelbaar (via bv Intellibox). Toen ik hem kocht had ik alleen een Delta kastje, maar de functies deden het gewoon (ik kon alleen de verlichting niet aan en uitschakelen) Ik was verbaasd over de vloeiende bewegingen. Dit is gewoon een superding.
.
Musea
Er zijn een 10 tal 2200 locomotieven bewaard door musea. De Stichting Historisch Dieselmaterieel (SHD) heeft de bruine 2275 overgenomen van de NMBS en teruggehaald naar Nederland.

Bron: Wikepedia

1 oktober 2007

Diesellocomotief NS 521

Laat ik me maar eens aan een persoonlijke locomotief review wagen van het Roco model art no. 69390. Wat vind ik van dit model? Ik heb hem nu ongeveer twee jaar. Ik moest er eerst een jaar op wachten nadat ik hem had besteld. En dat terwijl ik juist zo enthousiast was dat Roco eindelijk een drie-rail versie uitbracht. Dat is al lang vergeten en ik ben blij dat ik hem heb.

Historie
De NS-serie 500-700 is een een dieselelectrische locomotief die tussen 1946 en 1998 werd ingezet. De eerste serie kwam na de Tweede Wereldoorlog uit Engeland, was afkomstig van het War Department en had de kleur grijs. Omdat de locomotieven goed bevielen werd er extra materieel (nieuw) aangeschaft en tussen 1949 en 1957 in dienst genomen. De locs werden gebouwd door de English Electric Company (EEC) te London. De serie 500 was alleen geschikt voor rangeerwerk vanwege het ontbreken van een doorgaande luchtrem. In 1963 kregen alle locs een blauw zwaailicht om ze beter zichtbaar te maken voor kruisend wegverkeer. De 521 is niet meer in vaste dienst, maar wel te vinden bij de SGB in Goes, in de oorspronkelijke groene kleurstelling.

De afwerking van het model
Op het schild aan de zijkant staat Nederlandse Spoorwagen. Dat zal er in het echt vast niet op gestaan hebben, maar je kunt het toch alleen met een loep lezen. De handgrepen vind ik te wit en had ze liever in metaal uitgevoerd gezien, zodat ze dunner zijn. Ook zijn ze niet helemaal strak recht, zoals je ook op de foto kunt zien. De krukassen van de drijfstang zijn van plastic en al twee keer afgebroken. Ik ga ze nog een keer zelf maken in messing. Om te zien vind ik het een fraai model.

De rijeigenschappen
De locomotief bleef eerst overal hangen. Elk vuiltje en zeker elke wissel was een opstakel. Zelfs als ik met een redelijke snelheid reed. Binnenin de locomotief zitten twee U-vormige messing stroomgeleiders. Deze maakten onvoldoende contact. Een beetje ronder buigen en vlakker vijlen op de plaats waar ze met de flensen in contact komen bleek de oplossing. Nu rijdt hij goed. Openmaken is overigens nog niet zo gemakkelijk. Hiervoor moet je de gril eraf trekken met een tang. Ja, ik ben je nou helemaal.... Ik heb aan de zijkant van de gril twee hele kleine gaatjes geboord, zodat ik er iets in kan steken om hem eraf te trekken.

Ik ben erg te spreken over de slepers van Roco. Ook bij deze rangeerlocomotief hoor je alleen een zacht gezoem van de motor en een ietsje tikken van de sleper bij hogere snelheid. Bij hoge snelheid lijkt de loc een beetje kreupel als gevolg van de enkelvoudige drijfstangbevestiging.

Märklin compatibel?
De locomotief rijdt uitstekend met behulp een Märklin Mobile Station. Je moet hem dan wel even in de winkel laten voorprogrammeren, om de optrek- en afremvertraging en de maximumsnelheid in te stellen.

Conclusie
Ik ben eigenlijk erg tevreden over het model. Ook al mankeert er wel het een en ander aan, de totale indruk en uitstraling is goed. De rest passen we zelf wel aan. En zeg nou zelf, is er een nog Hollandser model dan dit?

Bron Wikepedia

5 september 2007

Presentatie


Ik bewaar grote acties voor wat betreft de modelbaan meestal voor de zomer. Ik weet eigenlijk niet waarom. Misschien omdat het gemakkelijker is. Als er gezaagd moet worden, dan kan dat gewoon buiten. Ik had nog geen frieslijst en achtergrond. En dat terwijl ik in de modelbaan boeken en tijdschriften toch lees dat deze zó belangrijk zijn voor de presentatie. Maar goed, het is ook niet zo gemakkelijk om daar direct mee te beginnen. Als je al direct een frieslijst bouwt dan stoot je steeds je hoofd als je aan de baan werkt (een frieslijst is een lijst voor de modelbaan, die er als het ware een kijkdoos van maakt). voor de lijst gebruikte ik 15 cm hoge en 1 cm dikke multiplex op een afstand van 30 cm boven de baan.

Verder moest er een achtergrond komen. Daarvan ben ik er nu achter dat je dat eigenlijk veel eerder moet maken. Nu moet ik deze voor het schilderen steeds voorzichtig over de baan heen tillen, waarbij ik erg moet uitkijken dat ik niets stuk maak. De hoogte van de achtergrond is 38 cm. De combinatie van de hoogte en de hoogte van de frieslijst is belangrijk. Je moet voorkomen dat je toch over de achtergrond heen kijkt als je ervoor staat. Ik heb Canvas Board van Talens gebruikt. Materiaal dat in winkels met schildersbenodigd- heden wordt verkocht. Het board is gemaakt van MDF waarop katoen is gespannen. Je kunt ze op maat zagen als je wilt. De platen heb ik aan elkaar gemaakt door er aan de achterkant met houtlijm vertikaal stroken triplex op te lijmen en vervolgens horizontaal twee latten te schroeven. De naden heb ik aan de voorkant met Talens extra heavy gel medium dicht gekit. Dat was redelijk veel werk, want de gel krimpt steeds erg. Door de platen vlak naast de naden steeds met schilders afplakband af te plakken kon ik voorkomen dat er een heel plakkaat "kit" aan de voorkant zichtbaar werd. Het schilderen van de achtergrond beschrijf ik later. Ik ben er nog steeds mee aan het knoeien. Gelukkig is er net een artikeltje in Rail Magazine (246) aan gewijd.

En dan de verlichting. Ik heb hiervoor TL verlichting van IKEA gekocht (4x40 cm) en deze direct aan de binnenkant van de frieslijst gemonteerd. De kleur is belangrijk. TL buizen zijn er diverse kleuren. uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat de standaard kleur (827, gloeilamp kleur) het beste voldoet in combinatie met 5x20 W halogeen verlichting. De TL verlichting zorgt voor een gelijkmatige belichting. De halogeen lampen zorgen ervoor dat het net lijkt of de zon schijnt. Mijn baan ziet er nu al weer een stuk beter uit.

1 juni 2007

Overweg voor Märklin rails met nietjes!














Altijd lastig, hoe maak je een overweg voor Märklin rails. Je kunt overwegen kopen, maar er een zelf maken is natuurlijk veel leuker. Bovendien je hebt landweggetjes, waar zo'n moderne overweg helemaal niet bij past. En zo'n idyllische overgang met een Nederlands Andreaskruis is niet beschikbaar in het standaard assortiment. Dus daarom ben ik zelf aan de gang gegaan. Het probleem is natuurlijk de middengeleider de zogenaamde puko's van Märklin, en als je iets hebt bedacht, dan moet je ook nog zorgen dat het sleepcontact er overheen wil. De locomotief mag niet blijven steken. Mijn doelstelling was dat hij er ook kruipend overheen moet kunnen. Er zijn voorbeelden uitgewerkt waarbij er een koperdraadje over de een plankje wordt gelegd, maar dat vond ik er niet mooi uit zien. Ik kwam op het idee om stalen nietjes te gebruiken en dat werkte erg goed.

De nietjes zijn 2 cm lang. Afhankelijk van de breedte van de weg heb je er drie of vier nodig. Aan de uiteinde soldeer je een stuk elektriciteitsdraad. Vervolgens boor je een gat tussen de bielzen waar het draadje met de ene poot van het nietje, gemakkelijk, maar nog enigszins stroef doorheen gaat. Met een hamertje sla je het nietje vast. De nietjes zet je zo diep weg dat de locomotieven er goed overheen gaan. Onder de baan bevestig je de draadjes aan elkaar. Vervolgens vul je de delen tussen nietjes en rails op met stukjes schaalhout en schilder en verouder je de latjes zodat ze een grijzige kleur krijgen (op de foto is dat nog niet gebeurt). Dat doe je met Humbrol 110 en vervolgens dry brushen met witte acrylverf. Houd de nietjes wel vrij van verf! De Andreas kruizen zijn van Henkens en de wegdelen zijn van gips wegdelen van Anita Decor.

6 mei 2007

Fabriek van Walthers.com














Als je op zoek bent naar een in het Hollands landschap passende fabriek, dan moet je hier eens kijken: Walthers.com . Daar vind je een aantal prachtige exemplaren. Niet duur ook. Let wel even op bij het bestellen, want je hebt kans dat je invoerrechten moet betalen. Maar het is leuk om te doen en mijn ervaring is dat je je spullen na ongeveer een week in huis hebt. Deze hierboven is Laube's Linen Mill van het merk Design Preservation Models (DPM)

Amerikaanse bouwpakketten zijn anders dan de Europese. Hier hoef je ramen en deuren niet apart te lijmen. Nee, alles is meegegoten. Een fabriek zoals dit is vier muren, klaar. De details zijn echter prima. Je kunt ook zien dat ze in de USA royaal zijn met grondstoffen. De muren zijn gewoon twee keer zo dik als hier bij ons. Nu ben je dus met lijmen snel klaar, maar je moet wel meer zelf doen. Wat dacht je van schilderen. Alles is gewoon één kleur. Schilderen is niet moeilijk. Hoe je stenen er echt laat uitzien kan je lezen op andere plaatsen op mijn website en verder is het naar eigen smaak kleuren uitkiezen. Voor de ramen heb ik gekozen voor lichtgroen, Revell 59, een typische jaren 50 kleur. De deuren heb ik met Revell 39 geschilderd.

Zoals gezegd, de constructie is simpel, maar daar tegenover wordt van de modelbouwer - zoals het hoort - enige creativiteit verwacht. Het bijgeleverde dak is gewoon een plaatje wit styreen, dat met een mes op maat geneden moet worden, spannend! Styreen is gemakkelijk te bewerken. Opmeten, lineaal erlangs, met een scherp hobbymes een paar keer goed inkrassen en je breekt het overtollig materiaal weg. De dakbedekking maak je van schuurpapier dat je met Bisontix vastzet.

De overkapping wordt ook aan de creativiteit van de bouwer overgelaten en kan van hetzelfde materiaal gemaakt worden, maar ik heb een stuk kibri dakmateriaal (art nr 7972) bij Totaltrain gekocht. Het vastlijmen viel niet mee, uiteindelijk maar bisontix gebruikt en na drogen twee componenten (epoxy) lijm toegepast. Dit laatste vult ook de naden goed op. Je laat het er vanonder af tussen lopen. De stalen trekdraden, gemaakt van dun binddraad, zet je vast door met een Vise pin eerst een klein 0,2 mm gaatje te boren.

En dan nu het laadperron. Uiteindelijk blijkt het meest simpele het mooiste. Tijdens WO-II kwam beton in de mode, en ook dit maak je met een stuk wit styreen na. Het plastic schilder je eerst grijs. Daarna met een droge kwast drybrushen met een beetje bruin (Tamiya 57) en vervolgens witte acrylverf. He trapje is van Plastruct. De schoorstenen zijn gemaakt van......
twee stukjes uiteinde van een "ouderwetse" fietsremkabel.





1 maart 2007

Plattelandshuis "Langedijk"















Dit is een project waar ik twee jaar geleden aan begonnen ben. Steeds kwam er wat anders tussendoor. Zo ligt er ook al een jaar een messing wagon te wachten. En dat geeft niet, áls je er maar een keer mee verder gaat. Ik had het idee van een verlengd plattelandshuis opgedaan bij het project Keuvelaarkade uit Railmagazine, maar ik wilde nog meer aanpassen. Dus, de voordeur ging naar het midden en de ramen werden aangepast. Als basis werden twee plattelandshuizen van Holland Scale nr 14 gebruikt. Een Holland Scale model is via Internet te bestellen of op de diverse beurzen Houten, Rail of Eurospoor te koop. De website vind je hier.

De voorgevel aanpassen

Deuren
De voordeur moet dus naar het midden. Daarvoor snij je vanuit de vensterbank van het middelste raam de gevel naar beneden door. Voor de deur boven vijl je de vensterbank tot bijna onderaan weg. De deuren maak je eenvoudig zelf met stukjes styreen, die vervolgens groen geschilderd worden. Let even op de deurkruk (klik op de foto). Deze is gemaakt van een stukje staaldraad van 0,4 mm.

Het raam
Als je voorzichtig bent, kan je de weggesneden vensterbank nog gebruiken op de plaats waar nu het raam moet komen. De muur achter het raam verstevig je met een stukje styreen. Vervolgens breng je boven de onderkant een strip schildersafplakband aan en maak je met Allebastine doe-het-zelf-plamuur een nieuwe onderrand.

De gevel zelf
De huizen van Holland Scale zijn aan de hoge kant. Ik heb daarom tussen de eerst en tweede verdieping een aantal rijen stenen weggesneden. Let er wel op dat het verband in de stenen blijft kloppen.

Eindeloos variëren















Dit plattelandshuis is langer dan het model dat bij Holland Scale te koop is. In feite is alles mogelijk. De kunst is de onderdelen zo te snijden dat je geen naden ziet. Door precies te werken lukt dat zonder veel moeite. Een deel van het dak bijvoorbeeld bestaat uit allemaal kleine stukjes dakplaat, want ik had maar net genoeg dakpannen. De regenpijp op de muur zit precies op een naat.

De details

De Schoorsteen
De bovenkant van een schoor- steen is geen groot gat, maar er steekt een pijp uit. Vind je deze te groot, dan kan je er ook twee kleinere inzetten. Die van mij is gemaakt van een wattenstaafje. Het cement rond de pijp maak je van styreen. Met een vijltje maak je het op maat.

Vergeet niet om lood om de schoorsteen aan te brengen. Ik heb hiervoor grijs TESA isolatieband gebruikt. Als je een stukje op een snijmat plakt, dan snij je de gewenste vorm gemakkelijk uit. Met behulp van wat secondenlijm plak je het daarna vast. Vervolgens plak je het dak en de schoorstteen af met schilderstape, waarna je het TESA tape kunt drybrushen met een witte acrylverf.
_________________________________________________________


Zelf deuren maken
Neem hiervoor een vlak plaatje styreen met planken groeven. Je kunt ook een stukje vlak styreen nemen waar je met een mes in krast om het effect van planken te maken. Het bovenlicht snij, zaag en vijl je eruit.
.
.
.
Op de deur heb ik nog een dun plaatje styreen gelijmd, waar ik met een mes planken heb ingekrast. De deurposten maak je van 1 mm styreen. De randen van het bovenlicht van 0,5 mm styreen. Na schilderen, tenslotte nog een deurkruk van een 0,4 mm dik staaldraadje. Klein gaatje boren en vastlijmen met secondelijm.
_________________________________________________________

Je "eigen" ramen.
Het aanpassen van een raam is eenvoudig: je hebt Plastruct of Evergreen styreen nodig, hetzelfde materiaal als waarvan de "plastic" huisjes zijn gemaakt. De middenbalk van het Holland Scale raam maak je smaller door de onderkant van het bovenste binnen raam volledig weg te vijlen.

Vervolgens maak je dezelfde spijl met een guts dieper en zet er een 1 mm plastruct balk voor in de plaats. Rondom lijm je een 0,5 mm Plastruct balkjes en je zet er twee extra spijlen in en tenslotte een vertikale stijl naar beneden in het beneden. Zie hier een autentiek schuifraam.
_________________________________________________________

De dakapel aanpassen
De Holland Scale dakramen staan naar mijn idee te veel naar buiten. De zolderkamer loopt dan door tot voorbij de buitenmuren! Dus de ramen heb ik iets ingekort en eronder heb ik eerst een randje dakpannen gemonteerd. Verder heb ik een middenspijl in het raam aangebracht.

Het zink aan de zijkant van het dakraam maak je van een stukje TESA band, wat je vooraf op een snijmatje plakt en daarna op maat snijdt. Met de drybrush techniek creeer je de metaal look. Op het dakje zit een stukje schuurpapier.

De achterkant
In de achtergevel wilde ik boven alleen een klein luik, dus heb ik in plaats van een raam, eerst een extra stukje muur geplaatst.






________________________________________________________

Afplakband
Dit moest natuurlijk ook weer netjes geschilderd en hoewel ik best een vaste hand heb, gebruik ik tegenwoordig toch maar liever afplakband als hulpmiddel.





________________________________________________________

Regenpijpen
Dit vind ik echt een leuke uitvinding: Na Nieuwjaar liggen op straat ijzerdraadjes van sterretjes. Die zet ik vast met een 0,4 mm draadje. Je draait ze aan de achterkant strak, dus de pijpen zitten goed vast en het lijkt net echt met die klemmen.

1 januari 2007

Bloemenstalletje















Ik ben meer dan twee dagen bezig geweest met het in elkaar zetten van het Artitec bloemenstalletje! Ik dacht dat het sneller kon. OK, ik heb ook andere dingen tussendoor gedaan. Dat heb je zo met de kerstdagen. Je kan gewoon in de huiskamer werken en ondertussen gezellig zijn. Dus al met al veel plezier gehad.

De werkbeschrijvingen van Artitec zijn erg goed. Het is misschien even wennen dat (1) je het eerst moet losschuren van de gietmallen, (2) je secondenlijm moet gebruiken en (3) het model een kaaskleur heeft als het in elkaar gezet is (je moet het zelf geheel schilderen). Belangrijk bij Artitec is dat je eerst alles even met een stukje schilders-tape in elkaar zet om te zien of het past. Dat had ik niet gedaan dus moest ik een paar onderdelen met een mesje eerst weer uit elkaar halen. Verder heb ik eigenlijk gewoon de bijgesloten gebruiksinstructie gevolgd, behalve dat ik de bloempotten in de keet wit geschilderd heb en de kleur van de wanden binnen lichtbruin, zodat je in het halfdonker meer van het interieur ziet. Tussen de deuren heb ik een stukje heel dun ijzerdraad gemonteerd als scharnier, zodat er ook een mooie kier ontstaat. Oh ja, iets waar ik erg trots op ben is dat ik de openslaande deur ook met een dun ijzerdraadje als windhaak schuin open heb gezet. Ik vind dit bouwpakket(je) een aanrader. Ik ben nu alweer begonnen aan het Zaanse arbeiderswoning van Artitec.